De 'zwaarte' van een Elfstedentocht is uiteraard afhankelijk van de toestand waarin het ijs verkeerd en hoevaak er 'gekluund' moet worden. Maar in veel grotere mate bepalen de weersomstandigheden tijdens de tocht de moeite die men zich moet getroosten om na meer dan tweehonderd kilometer schaatsen eindelijk de finish te bereiken.
Zo was het bijvoorbeeld tijdens de tochten van 1985 en 1986
niet bijzonder koud, er was weinig wind en er viel weinig- of geen neerslag. Hierdoor
konden verreweg de meeste deelnemers ruim op tijd in Leeuwarden terug zijn.
In 1963 daarentegen was het ijs zeer slecht, terwijl sneeuwstormen af en toe de banen
bijna onvindbaar maakten. Slechts negen en zestig van de 9294 gestartte rijders
volbrachten toen de tocht...
Elke deelnemer rijdt de tocht onder eigen verantwoordelijkheid. Om goed voorbereid aan een
Elfstedentocht deel te kunnen nemen dient men minstens enkele andere toertochten te hebben
gereden.
Bij de inschrijving ontvangen de deelnemers een aantal adviezen wat betreft kleding en voeding tijdens de tocht. Het spreekt voor zich dat het materiaal in goede conditie moet zijn. Bij iedere controlepost in de steden en op een aantal andere plaatsen is tijdens de tocht een EHBO-post ingericht. Een zeer groot aantal vrijwilligers is dan op de been om de gezondheid van de deelnemers te waarborgen.
Bij koud weer enkele adviezen
Kleding
Om te beginnen moet katoenen ondergoed aangetrokken worden. Dan komt een wollen hemd. Daarover een maillot of onderpak. Dan een tweedelig schaatspak of schaatsoverall en tenslotte een warme trui of trainingsjack. Schaatsers kunnen het beste een plastic zakje tussen de maillot en de sokken doen.
Op de knieën, tussen maillot en schaatsbroek, moet een dun stuk schuimrubber. Dit houdt de knieën warm en het is ideaal bij het kruipen onder de bruggen en biedt be scherming bij eventuele valpartijen. Over de maillot en onder de schaatsbroek kunnen de schaatsers een zwembroek doen met daarin een zeemleren lap genaaid, die de tere lichaamsdelen tegen de kou kan beschermen. De schaatsers moeten niet met nylon kleren aan de start verschijnen. Op het hoofd moeten de rijders twee mutsen dragen, waarvan één goed over de oren moet worden getrokken. Deze kan door de sneeuwbril vastgehouden worden. Een sneeuwbril beschermt met name in de ochtenduren de ogen. Tranende ogen kunnen gemakkelijk bevriezen, wat sneeuwblindheid tot gevolg heeft. De deelnemers doen er goed aan de handen warm te houden met vingerhandschoenen met daarover een paar nylon wanten. Tip: laat aan de binnenkant van het trainingsjack een paar grote zakken naaien om klompschoentjes of schaatshoezen op te bergen. De deelnemerskaart kan in een pastic tasje om de nek worden gehangen. Het plastic moet men wegknippen op de plaats waar de stempels moeten komen.
Schema
De deelnemers kunnen de schaatstocht het beste alleen beginnen. Tijdens de tocht zijn er wel rijders, die hetzelfde tempo rijden en de- zelfde slag hebben. Met name als er in het donker moet worden ge- reden moeten de deelnemers rustig beginnen. Beide handen niet te stijf op de rug, zodat een val tijdig op- gevangen kan worden. Na Sneek begint de cadans te komen. Over de tijden hoeven de deel nemers zich niet al te druk maken. Volgens schaatskenners moeten de deelnemers zich niet laten verlei- den tot aansluiting bij de snellere schaatsers. Het eigen tempo rijden is het beste. Men verspilt de minste energie als men op zeventig pro- cent van zijn krachten rijdt. Wil de deelnemer op tijd de fi- nish halen, dan moet hij of zij tus- sen twaalf en een uur 's middags de hanzestad Bolsward zijn gepas seerd. Dat kan de schaatsers een geruststellend gevoel geven. Ze weten dan dat zij goed op schema zitten om de tocht met gemak uit te rijden. Maar het moeilijkste stuk begint in Franeker.
Voeding
De dag voor de tocht veel eten. 's Ochtends even voor de start een flink bord pap met veel suiker en warme melk of thee. Een vraag van veel toekomstige Elfsteden tochtschaatsers is, wat ze mee moeten nemen voor onderweg. Geen boterhammen, geen blokjes kaas, geen worstjes, geen chocolade. Maar wel over rozijnen, dexrogeen (suiker), lauwe melk met suiker. De schaatsers mogen onderweg wel stukjes sinaasappel aannemen. De wedstrijdrijders kunnen het beste één of twee flesjes hycal (suikerwater met een hoge voedingsconcentratie) mee nemen.
![]()