Salut au Monde!

Het gedicht 'Salut au Monde'.


Deze unieke uitgave van het gedicht 'Salut au Monde' bevat de oorspronkelijke Amerikaanse tekst, een Friese vertaling door Tsjêbbe Hettinga en een Nederlandse door Jacob Groot.
Poëzie zoals poëzie moet zijn: meeslepend, gedurfd en onweerstaanbaar. Deze vertalingen zijn een eerbetoon aan Walt Whitman en een blijvende herinnering aan het Frysk Festival 1995, dat aan dit gedicht het motto en thema ontleende. Ook zijn deze drie vertalingen samengesteld in een boekje wat in beperkte oplage gedrukt is.

1
O neem mij bij de hand Walt Whitman!
Wat een langszwevende wonderen! wat een schouwspelen en geluiden!
Wat een oneindig netwerk van schakels, elk vastgehaakt aan de volgende,
elk alle beantwoordend, elk de aarde met alle delend.

Wat breidt zich in je uit Walt Whitman?
Welke uitstralende golven en gronden?
Welke klimaten? welke personen en steden zijn hier?
Wie zijn de kinderen, sommigen spelend, anderen sluimerend?
Wie zijn de meisjes? wie zijn de getrouwde vrouwen?
Wie zijn de groepen oude mannen die traag voortgaan met hun armen
    rond elkaars nek geslagen?
Welke rivieren zijn dit? Welke wouden en vruchten zijn dit?
Hoe heten de bergen die zo hoog uit de nevels oprijzen?
Welke miriaden woningen zijn gevuld met bewoners?
---
In mij breidt zich de breedte uit, verlengt zich de lengte,
Azië, Afrika, Europa, in het oosten- Amerika heeft zijn plaats in
    westen,
Als een riem rondom de aarde draait de hete equator,
Bevreemdend naar noord naar zuid tollen de aard-assen,
Binnen in me is de langste dag, de zon rolt in hellende ringen,
    hij gaat maandenlang niet onder,
precies op tijd in me uitgestrekt rijst de middernachtzon boven
    de horizon en gaat weer onder,
Binnen in me luchtstreken, zeeën, watervallen, wouden, vulkanen, verzame-
    lingen,
Maleisië, Polynesië, en de prachtige WestIndische eilanden.

Wat hoor je Walt Whitman?
Ik hoor de zang van de werkman en de zang van de vrouw van de boer,
Ik hoor in de verte de geluiden van kinderen en van dieren vroeg
    op de dag,
Ik hoor de wedijverende kreten van Australiërs die op het wilde paard
    jagen,
Ik hoor de Spaanse dans met castagnetten in de schaduw van de eik,
    op de rebab en de gitaar,
Ik hoor voortdurende echo's van de Theems,
Ik hoor vurige Franse vrijheidsliederen,
Ik hoor van de oude Italiaanse roeier het muzikale recitatief
    van oude gedichten,
Ik hoor de sprinkhanen in Syrië als ze het graan en het gras treffen 
    met de lawines van hun verschrikkelijke wolken,
Ik hoor het Koptische refrein tegen zonsondergang, dat zwaarmoedig neervalt
    op de borsten van de zwarte venerabele, onmetelijke moeder Nijl,
Ik hoor het gesnerp van de Mexicaanse muilezeldrijver, en de belletjes van
    de muilezel,
Ik hoor de Arabische muezzin roepen vanaf de top van de moskee,
Ik hoor de christelijke priesters bij de altaren van hun kerken, ik hoor
    het responsorium van de bas en de sopraan,
Ik hoor de schreeuw van de kozak, en de stem van de zeeman op weg naar
    zee bij Ochotsk,
Ik hoor het gepiep van het slavenjuk wanneer de slaven opmarcheren,
    wanneer de schorre ploegen getweeën en gedrieën langsgaan,
    aan elkaar geklonken met polskettingen en enkelkettingen,
Ik hoor de Hebreeër zijn boeken en psalmen lezen,
Ik hoor de ritmische mythen van de Grieken, en de sterke legenden
    van de Romeinen,
Ik hoor het verhaal van het goddelijk leven en bloedige dood van de
    beeldschone God de Christus,
Ik hoor de Hindoe zijn lievelingsleerling onderwijzen over liefdes,
    oorlogen, adagia, behouden en wel overgeleverd tot op onze dag door
    dichters die drieduizend jaar geleden schreven.

---
Wat zie je Walt Whitman?
Wie zijn het die je groet, en die jou de een na de ander groeten?

Ik zie een groot rond wonder rollend door de ruimte,
Ik zie miniscule boerderijen, gehuchten, ruïnes, kerkhoven, gevangenissen,
    fabrieken, paleizen, schuurtjes, hutten van barbaren, tenten van            nomaden op het oppervlak,
Ik zie aan de ene kant de schaduwzijde waar de slapers slapen,
    en het zonlicht aan de andere kant,
Ik zie de vreemde snelle wisseling van licht en schaduw,
Ik zie verre landen, zo werkelijk en dichtbij voor bewoners als
    mijn land voor mij is.

Ik zie een overvloed aan wateren,
Ik zie bergtoppen, ik zie de sierra's van de Andes tot waar
    ze reiken,
Ik zie haarscherp de Himalaja, Changai, Altai, Ghauts,
Ik zie de reusachtige pieken van de Elbroes, Kafbek, Basardjoesa,
Ik zie de Stiermarkse Alpen, en de Karmische Alpen,
Ik zie de Pyreneeën, de Balkan, de Karpaten en in het noorden de 
    velden van Dofra, en ver in zee de berg Hekla,
Ik zie de Vesuvius en de Etna, de bergen van de maan, en de
    Rode bergen van Madagascar,
Ik zie de Lybische, Arabische, en Aziatische woestijnen,
Ik zie reusachtige, vreesaanjagende Arctische en Antarctische ijsbergen,
Ik zie de grote oceanen en de kleine, de Atlantische en
    de Pacific, de golf van Mexico, de Braziliaanse zee, en de zee van
    Peru,
De wateren van Hindoestan, de Chinese zee, en de golf van Guinea,
De Japanse wateren, de schitterende baai van Nagasaki, ingeklemd tussen
    de bergen,
De brede Baltische, Kaspische, Botnische, Britse stranden,
    en de golf van Biskaje,
de helder-beschenen Mediterrannee, en van het ene naar het andere
    eiland,
De Witte zee, en de zee rond Groenland.

Ik aanschouw de zeelieden van de wereld,
Sommigen in stormen verzeild, sommigen in de nacht met de wacht op de
    uitkijk,
Sommigen hulpeloos zwalkend, sommigen besmet met ziekten.

Ik zie de zeil- en stoomboten van de wereld, sommige groepsgewijs in 
    de haven, sommige op reis,
Sommige ronden de Stormkaap, sommige Kaap Verde, andere Kaap
    Guradafui, Bon, of Bajadore,
Andere Kaap Dondra, andere passeren de straat van Soenda, andere
    Kaap Lopatka, andere de Beringstraat,
Andere Kaap Hoorn, andere zeilen over de golf van Mexico of langs Cuba
    of Haïti, andere in de Hudson baai of de baai van Baffin,
Andere passeren de straat van Dover, andere varen de Wash binnen,
    andere de Firth van Solway, andere ronden Kaap Clear, andere
    Land's End,
Andere steken de Zuiderzee over of de Schelde,
Andere komen en gaan bij Gibraltar of de Dardanellen,
Andere banen zich grimmig een weg door het noordelijk pakijs,
Andere varen de Obi of de Lena op of af,
Andere de Niger of de Kongo, andere de Indus, de Boerampoetra
    en Cambodja,
Andere liggen op stoom te wachten in de havens van Australië,
Wachten in Liverpool, Glasgow, Dublin, Marseille, Lissabon, Napels,
    Hamburg, Bremen, Bordeaux, Den Haag, Kopenhagen,
Wachten in Valparaiso, Rio de Janeiro, Panama.

---

Ik zie de banen van de spoorwegen van de aarde,
Ik zie ze in Groot-Brittanië, ik zie ze in Europa,
Ik zie ze in Azië en in Afrika.

Ik zie de electrische telegrafen van de aarde,
Ik zie de vezels van het nieuws over de oorlogen, doden, verliezen,
    winsten, hartstochten, van mijn ras.

Ik zie de lange rivier-strepen van de aarde,
Ik zie de Amazone en de Paraquay,
Ik zie vier grote rivieren van China, de Amoer, de gele Rivier,
    de Jang-tse, en de Parel,
Ik zie de loop van de Seine, van de Donau, de Loire, de
    Rhone en de Quadalquivir,
Ik zie de meanders van de Wolga, de Dnjepr, de Oder,
Ik zie de Toscaan de Arno afgaan, en de Venetiaan de
    Po,
Ik zie de Griekse zeeman de Egina-baai uitzeilen.

---
Ik zie de plaats van het oude Assyrische keizerrijk, en die van Perzië,
    en die van India,
Ik zie het vallen van de Ganges over de hoge rand van Saukara.

Ik zie de plaats van het idee van de Godheid geïncarneerd door avatars
    in menselijke vormen,
Ik zie de plekken van optochten van priesters van de aarde, orakels,
    offeraars, brahmanen, sabianen, lama's, monniken, moefties,
    vermaners,
Ik zie waar druïden door de heilige bossen van Mona lopen, ik zie de 
    mistletoe en verbena,
Ik zie de tempels van de dood van Gods lichamen, ik zie de
    oude betekenisdragers.

Ik zie Christus het brood eten tijdens zijn laatste avondmaal temidden
    van jonge en oude personen,
Ik zie waar de sterke goddelijke jongeman de Herkules 
    getrouw en lang zwoegde en toen stierf,
Ik zie de plaatsen van het onschuldige rijke leven en ongelukkige lot
    van de prachtige nachtzon, de welvend gebeeldhouwde Bacchus,
Ik zie Kneph, stralend, in blauw gekleed, met de veren kroon
    op zijn hoofd,
Ik zie Hermes, onverwacht, stervend, welgeliefd, die tot het
    volk zegt Ween niet om mij,
Dit is niet mijn ware land, ik woonde hier verbannen uit mijn ware
    land, ik keer er nu terug,
Ik keer terug naar de hemelse ruimte waar ieder op zijn beurt naar terug
    keert.

---
Ik zie de slagvelden van de aarde, gras dat er op groeit en
    bloesem en graan,
Ik zie sporen van oude en moderne expedities.

Ik zie de naamloze metselwerken, achtbare boodschappen van de onbekende
    gebeurtenissen, helden, verslagenen van de aarde.

Ik zie de plaatsen van de saga's,
Ik zie pijnbomen en sparren gescheurd door noordelijke rukwinden,
Ik zie granieten rolstenen en klippen, ik zie groene weiden en meren,
Ik zie de grafheuvels van Scandinavische krijgslieden,
Ik zie ze hoog opgeworpen met stenen aan de randen van rusteloze oceanen,
    opdat de geesten van de doden wanneer ze hun rustige graven
    moe waren op konden rijzen uit hun terpen om naar
    de stortzeeën te staren, verkwikt door stormen, onmetelijkheid,
    vrijheid, actie.

Ik zie de steppen van Azië,
Ik zie de tumuli van Mongolië, ik zie de tenten van de Kalmukken en 
    Baskirs,
Ik zie de nomadische stammen met kuddes ossen en koeien,
Ik zie de tafellanden, ingekerfd door ravijnen, ik zie de jungles en
    woestijnen,
Ik zie de kameel, het wilde ros, de trapgans, het vetbestaarte schaap,
    de antiloop, en de wolf in zijn leger.

Ik zie de hooglanden van Abyssinië,
Ik zie kuddes gieten grazen, en zie de vijgeboom, tamarinde, dadel,
En zie velden tarwe en plaatsen van groen en goud.

Ik zie de Braziliaanse vaquero,
Ik zie de Boliviaan die de berg Sotara beklimt,
Ik zie de Wacho die de vlakten oversteekt, ik zie de onvergelijkelijke
    berijder van paarden met zijn lasso op zijn arm,
Ik zie in de pampa's de achtervolging van wild vee omwille van de 
    huid.

---
Ik zie de streken van sneeuw en ijs,
Ik zie de scherpziende Samojeed en de Fin,
Ik zie de zeehondenzoeker zijn speer klaarhouden in zijn boot,
Ik zie de Siberiër op zijn teergebouwde slee getrokken door honden,
Ik zie de schildpaddenjagers, ik zie de walvisvaarders van de zuid-
    Pacific en de noordelijke Atlantische oceaan,
Ik zie de rotsen, gletschers, stortvloeden, valleien, van Zwitserland,- Ik
    constateer de lange winters en de eenzaamheid.

Ik zie de steden van de aarde, en laat mezelf er op goed geluk deel van
    uitmaken,
Ik ben een echte Parijzenaar,
Ik ben een inwoner van Wenen, St.Petersburg, Berlijn, Konstantinopel,
Ik kom uit Adelaïde, Sidney, Melbourne,
Ik kom uit Londen, Manchester, Bristol, Edinburgh, Limerick,
Ik kom uit Madrid, Cadiz, Barcelona, Oporto, Lyon, Brussel, Bern,
    Frankfort, Stuttgart, Turijn, Florence,
Ik woon in Moskou, Krakau, Warschau of in het noorden in Christiana
    of Stockholm, of in de Siberische Irkoetsk, of in een of andere straat      in Ijsland,
Ik daal op al die steden neer, en stijg er weer uit op.

----
Ik zie dampen ontsnappen uit onverkende gebieden,
Ik zie de wilde soorten, de pijl en boog, de giftige strip, de
    fetisj, en de obi.

Ik zie de Afrikaanse en de Aziatische steden,
Ik zie Algiers, Tripoli, Derne, Mogadore, Timboektoe, Monrovia,
Ik zie de drommen in Peking, Kanton, Benares, Delhi, Calcutta, Tokio,
Ik zie de Kruman in zijn hut, en de Dahomey-man en Ashantie-
    man in hun hutten,
Ik zie de Turk opium roken in Aleppo,
Ik zie de pittoreske menigten op de markten van Khiva en die van
    Herat,
Ik zie Teheran, ik zie Muskat en Median en de woestijnen ertussen,
    ik zie de karavanen voortzwoegen,
Ik zie Egypte en de Egyptenaren, ik zie de pyramides en obelisken,
Ik kijk naar gebeitelde geschiedenissen, verslagen van zegevierende koning-
    en, dynastieeën, gekerfd in platen en zandsteen, of in granieten            blokken,
Ik zie in Memphis mummie-graven met gebalsemde mummies,
    gezwachteld in linnen, daar vele eeuwen al liggend,
Ik kijk naar de gevallen Thebaan, de uitpuilende ogen, de opzij hangende
    hals, de handen gevouwen over zijn borst.         
    
Ik zie alle bedienden van de aarde, zich afbeulend,
Ik zie alle gevangenen in de gevangenissen,
Ik zie de gebrekkige menselijke lichamen van de aarde,
De blinden, de doven en stommen, idioten, bultenaren, gekken,
Piraten, dieven, verraders, moordenaars, slavenhandelaren van de
    aarde,
De hulpeloze kinderen, en de hulpeloze oude mannen en vrouwen
Ik zie mannen en vrouwen overal,
Ik zie de serene broederschap van filosofen,
Ik zie het constructivisme van mijn ras,
Ik zie de resultaten van de volharding en ijver van mijn ras.
Ik zie rangen en standen, karakters, barbarij, beschavingen, ik begeef me
    onder hen, ik meng me zonder onderscheids des persoons,
En ik groet alle inwoners van de aarde

---
Jij waar je ook bent!
Jij dochter of zoon van Engeland!
Jij van de machtige Slavische stammen en rijken! Jij Rus in Rusland!
Jij van schimmige komaf, zwarte, goddelijk bezielde Afrikaan, groot,
    prachtig van hoofd, edel van gestalte, supreem voorbeschikt, op gelijke
    voet met mij!
Jij Noor! Zweed! Deen! Ijslander! Pruis!
Jij Spanjaard in Spanje, jij Portugees!
Jij Française en Fransman in Frankrijk!
Jij Belg! Jij vrijheidslievende Nederlander! ( jij stam 
    waar ik zelf een nakomeling van ben;)
Jij stoere Oostenrijker! Jij Lombard! Hun! Bohemiër! boer uit
    Stiermarken!
Jij buur van de Donau!
Jij werkman van de Rijn, de Elbe of de Wezer! ook jij
    werkvrouw!
Jij Sardiniër! Jij Beier! Swabiër! Saks! Wallachiër! Bul-
    gaar!
Jij Romein! Napolitaan! jij Griek!
Jij soepele matador in de arena van Sevilla!
Jij wetteloos levende bergbewoner van de Taurus of de Kaukakaus!
Jullie Bokhse paardehoeders toekijkend hoe je hengsten en merries zich
    voeden!
Jij Pers met het prachtige lichaam op volle snelheid pijlen
    schietend naar het doelwit!
Jij Chinees en Chinese uit China! jij Tartaar uit het land
    der Tartaren!
Jullie vrouwen van de aarde onderworpen aan je taken!
Jij bejaarde Jood alle risico's tartend op reis
    om opnieuw op Syrische bodem te staan!
Jullie andere Joden in alle landen wachtend op jullie Messias!
Jij wijze Armeniër peinzend bij een van de stromen van de 
    Eufraat! jij spieder temidden van de ruïnes van Nineveh! Jij
    beklimmer van de berg Ararat!
Jij pelgrim met de zere voeten die de verre fonkeling van de 
    minaretten van Mekka begroet!
Jullie sjeiks langs de uitgestrektheid van Suez tot Bab-el-mandeb heersend
    over je families en stammen!
Jij olijfteler vol zorg voor je vruchten op velden bij Nazareth, Da-
    mascus, of het meer van Tiberias!
Jij koopman uit Tibet in het wijde binnenland of marchanderend in de
    winkels van Lassa!
Jij Japanse man of vrouw! jij inwoner van Madagascar, Ceylon,
    Sumatra, Borneo!
Al jullie vastelanden van Azië, Afrika, Europa, Australië, onverschillig 
    waar!
Jullie allen op de ontelbare eilanden van de archipellen op
    zee!
En jullie van eeuwen her wanneer je naar me luistert!
En jullie ieder afzonderlijk en overal die ik hier niet met name noem,
    maar net zo goed op het oog heb!
De wens van gezondheid! goede wil aan jullie allen, door mij en 
    Amerika verzonden!

Ieder van ons onontkoombaar,
Ieder van ons grenzeloos- ieder van ons met zijn of haar recht op de 
    aarde, 
Ieder van ons uitgerust met de eeuwige bedoelingen van de aarde,
Ieder van ons hier net zo goddelijk als wie dan ook hier.

---
Jij Hottentot met de klikkende tong! jullie kroesharige horden!
Jullie lijfeigenen druipend van zweetdruppels of bloedruppels!
Jullie menselijke vormen met de peilloze altijd imposante gezichten
    van bruten!
Jij arme kubu op wie de minste van de rest neerkijkt
    ondanks je zweem van taal en spiritualiteit!
Jij dwergachtige Kamtsjatkan, Groenlander, Lap!
Jij Australische neger, naakt, rood, roetbruin, met vooruitstekende lip,
    kruiperig, zoekend naar voedsel!
Jij Kaffer, Berber, Sudanees!
Jij woeste ongemanierde, ongeletterde Bedoeïen!
Jullie pest-zwermen in Madras, Nanking, Kaboel, Caïro!
Jij achterlijke zwerver van de Amazone! Jij Patagoniër! Jij Fidzji-
    man!
Ik heb trouwens nauwelijks een voorkeur voor anderen boven jou,
Ik spreek geen woord in je nadeel daar waar je staat,
    op het achterplan,
( Als het zover is zul je naar voren komen, tot aan mijn zijde.)

---
Vol erbarmen en vastberaden is mijn geest
    de hele aarde rondgegaan,
Ik heb naar gelijken en geliefden gezocht en vond ze klaar voor me
    in alle landen,
Ik denk dat een of andere goddelijk verband ze aan me gelijk heeft
    gesteld.

Jullie dampen, ik denk dat ik samen met jullie ben opgestegen, weggetrokken
    naar verre continenten, en daar ben neergevallen, niet zomaar,
ik denk dat ik met jullie gewaaid heb o winden;
Jullie wateren ik heb alle stranden met jullie bevingerd,
Ik heb doorstroomd wat elke rivier of zeestraat van de globe heeft
    doorstroomd,
Ik heb postgevat op het draagvlak van schiereilanden en op de hoge
    ingebedde rotsen, om vandaar te roepen:

Salut au monde!
Welke steden het licht of de warmte binnendringt die steden dring ik zelf
    binnen,
Alle eilanden waarheen vogels hun vleugels spreiden daar spreid ik
    zelf mijn vleugels heen.
Tot jullie allen, uit naam van Amerika,
Hef ik hoog de rechtstandige hand, maak ik het teken,
Om na mij voor altijd in zicht te blijven,
voor alle holen en huizen der mensen.

'Salut au Monde werd voor het eerst gepubliceerd in de tweede uitgave van 'Leaves of Grass', Brooklyn, New York 1856. Een enigszins gewijzigde versie verscheen in de uitgave van 1881. Voor de vertaling is gebruik gemaakt van de zogenaamde 'deathbed'-editie uit 1881-1882. Copyright © Stichting Frysk Festival 1995.